Elektrische locomotief BR 187.1

H0 - Artikel-Nr. 36630 Elektrische locomotief BR 187.1
Spoor: H0    Tijdperk: VI   
 
Voorbeeld: Elektrische locomotief serie 187.1 (TRAXX AC 3) van de Deutsche Bahn AG (DB AG). Binnen het TRAXX 3-typeprogramma door Bombardier in serieproductie gebouwd.
 
Model: Elektrische locomotief in metalen uitvoering, met digitale mfx-decoder en uitgebreide geluidsfuncties. Speciale motor, centraal ingebouwd. 4 via cardan aangedreven assen. Antislipbanden. Met de rijrichting wisselend driepuntsfrontsein en 2 rode sluitseinen, in conventioneel bedrijf, digitaal schakelbaar. Frontseinen aan loczijde 2 en 1 elk afzonderlijk digitaal uitschakelbaar. Wanneer het frontsein aan beide zijden van de loc is uitgeschakeld, is aan weerszijden de dubbele A-verlichting ingeschakeld. Verlichting met warmwitte en rode ledlampjes. 2 mechanisch werkende dakstroomafnemers. Lengte over de buffers 21,7 cm.
 
  Control
Unit
Mobile
Station
Mobile
Station 2
Central
Station 1/2
Central
Station 3/2
Frontsein·····
Bedrijfsgeluid 1·····
Rijgeluid eloc·····
Tyfoon·····
Directe regeling·····
Piepen van remmen uit····
Frontsein cabine 2····
Tyfoon hoog····
Frontsein cabine 1····
Koppelgeluid···
Bedrijfsgeluid 2···
Perslucht afblazen···
Ventilator···
Conducteursfluit···
Bezanden···

Highlights:
  • Compleet nieuwe constructie van de moderne elektrische locomotief Bombardier TRAXX 3.
  • Locomotief met ingebouwde mfx-decoder en uitgebreide geluidsfuncties.
  • Uitvoering met geïmiteerde flexpanelen aan de zijwand van de loc.
  • Gedetailleerd, voordelig instapmodel met uitgebreide uitrusting.
 
T22279/T22278, M36630/36631 – serie 187 (Traxx AC3) Met de serie 145 001 presenteerde ADtranz (op vandaag Bombardier) op 10 juli 1997 de eerste machine van een nieuwe generatie locomotieven die zich later ontwikkelde tot de TRAXX-groep. Bij hun levering konden de 145-machines hun nauwe verwantschap met de sneltreinlocomotief van de serie 101 niet verloochenen. Gezien de beperkte topsnelheid van 140 km/u kregen de 145-machines een gunstiger geprijsde neusophanging met geïntegreerde asynchrone driefasenwisselstroommotoren. De regeling van de wielstellen van een draaistel werd gewoonlijk via een omzetter aangestuurd. De belastingen in horizontale richting tussen draaistel en locomotiefbehuizing werden via diep opgehangen trek- en duwstangen overgedragen. Tot eind 2000 nam de DB 80 exemplaren in bedrijf en nog 31 stuks als serie 146.0 voor het regionale verkeer. Als verbeterde variant stelde ADtranz op 11 juli 2000 de tweespanningslocomotief 185 003 (TRAXX AC1) voor, die ook geschikt is om onder 25 kV/50 Hz te worden ingezet. Wezenlijke veranderingen betroffen de transformator, de dakverlaging met 105 mm, de uitrusting met de treinbeveiligingstechniek voor de verschillende spoorwegsystemen en de inbouw van maximaal vier stroomafnemers. De standaardlevering van serie 185 begon in de eerste helft van het jaar 2001. Naast de private vervoersbedrijven werden deze machines ook door SBB Cargo als serie 482, door BLS Cargo als serie 485 en door CFL als serie 4000 in dienst gesteld. Vanaf 2005 werd bij de DB, te beginnen met het bedrijfsnummer 185 201, een andere omgewerkte versie van de 185 met een gewijzigde locomotiefbehuizing die tegen botsingen is geoptimaliseerd in een oplage van 206 exemplaren tot september 2010 geleverd: de TRAXX AC2. Voor het regionale verkeer van de DB kwamen de series 146.2/3 erbij. Voorts kochten private VU, SBB Cargo (serie 482.2) en de Hongaarse MÁV (serie 480) deze machines. Als tweespanningsvariant voor gelijkstroom en wisselstroom (Italië/Zwitserland) volgde de TRAXX MS2 onder andere voor SBB Cargo als serie 484. Vanaf 2006 ontstond de vierspanningslocomotief TRAXX MS2e voor alle in Europa gebruikelijke stroomsystemen. Hiertoe behoren onder andere de twintig als 186 321-340 aangeduide machines van de DB, de serie 486 van BLS Cargo, de E 186 van de NS en de E 186 van COBRA. Daarnaast is er ook nog de pure gelijkstroomvariant TRAXX DC voor diverse private vervoersbedrijven. In 2011 presenteerde Bombardier ten slotte de nieuwste TRAXX-generatie: de AC3. Technisch gezien was er weinig nieuws, omdat alleen een nieuwe besturingssoftware (TCMS) werd geïmplementeerd. De optionele "Last Mile"-functie was echter spectaculair. Dit is een uitrustbare dieselmotor (Deutz 2013 BR-4V) met 230 kW motorvermogen, waarmee trajecten zonder rijdraad konden worden overbrugd. Dit bespaart een dieselrangeerlocomotief, omdat de AC3 dan nog altijd 50 km/u bereikt en treinen met tot 2000 t gedurende acht tot tien uur kan trekken. Uiterlijk zijn er echter duidelijke wijzigingen bij de AC3: Zijwanden met ribben wegens goedkopere bouwwijze, die in ieder geval met een zogenaamde verwisselbaar flexpaneel (rolgordijn uit canvas/linnen) overdekt en zo telkens aan de designwens van de actuele exploitant kan worden aangepast. De afkeer van een gladde voorzijde typeert de nieuwe GFK-frontmodule die mikt op design, waarbij de frontzijde van de stalen locomotiefbehuizing met een masker wordt overkoepeld. De DB krijgt zodoende drie series: de 187.1 (zonder Last-Mile voor goederenverkeer), 147.0 (regionaal verkeer) en 147.5 (langeafstandsverkeer). Ondertussen hebben een aantal private vervoersbedrijven en leasingmaatschappijen de AC3 met "Last Mile" in hun bestand, evenals Railpool, die in de tussentijd de 187 004-008 aan BLS Cargo heeft verhuurd.
 
Dit model is in gelijkstroomuitvoering leverbaar en heeft artikelnummer 22278 in het Trix H0-assortiment.
 
Eigenschappen: 

 
 
Vermeld in: Folder nieuwe modellen 2017 - Totale programma 2017/2018 - Totale programma 2018/2019
 
Artikel wordt niet meer geproduceerd.
Die Ersatzteilsuche finden Sie zentral auf der deutschen Webseite.